Robert Schumann en Clara Wieck
In de jaren 1838–1840, vlak vóór hun huwelijk, bevonden Robert Schumann en Clara Wieck zich in een van de meest intense en creatieve periodes van hun leven. Hun liefde moest standhouden tegen afstand, tegenwerking en onzekerheid — en vond haar meest directe uitdrukking in muziek.
In dit programma klinken liedbewerkingen en de stormachtige “Kreisleriana” van Robert Schumann naast Clara’s 3 Romanzen op.11: muziek die ademt, fluistert, droomt en ontvlamt. Het zijn werken vol verlangen, innerlijke strijd en vurige hoop, geschreven in een tijd waarin woorden vaak niet mochten worden uitgesproken, en muziek veel meer vertelde.
Robert Schumann/ arr. Clara Schumann Berg’ und Burgen, op.24/7 (1840)
In der Fremde, op. 39/1 (1840)
Sehnsucht, op. 51/1 (1840)
Clara Wieck (1819 – 1896) Trois Romances op.11 (1838/39)
Andante, in es
Andante, in g
Moderato, in As
Robert Schumann/ arr. Clara Schumann Freisinn, op.25/2 (1840)
Du bist wie eine Blume, op.25/24 (1840)
Dem rothen Röslein gleicht mein Lieb' (Op. 27 No. 2) (1840)
Robert Schumann Romanze in d, op. 32 no. 3 (1838)
Robert Schumann/ arr. Clara Schumann Mondnacht, op. 39/5 (1840)
Schöne Fremde, op. 39/6 (1840)
Dein Bildniss (Intermezzo), op. 39/2 (1840)
Robert Schumann Kreisleriana, op.16 (1838)
Äußerst bewegt
Sehr innig und nicht zu rasch
Sehr aufgeregt
Sehr langsam
Sehr lebhaft
Sehr langsam
Sehr rasch
Schnell und spielend
Robert Schumann/ arr. Clara Schumann Der Nussbaum, op. 25/3 (1840)
Maak jouw eigen website met JouwWeb